logo horizontaal lezen leven

Lezingenreeks 3: Religie in een seculiere cultuur

Programma

13-02-20 Mohamed Ajouaou:Moslims en de uitdagingen van de pluriforme samenleving.

09-03-20 Yolande Jansen: Ontstaan van seculiere samenlevingsvormen en emancipatie van minderheden. ‘Een historische benadering’.

26-03-20 Raşit Bal: Islamitische beweging, burgerschap en de neutrale staat.

09-04-20 Arnold Ziegelaar: Seculiere cultuur als kweekvijver voor nieuwe vormen van religiositeit.

Tijdstip: 19:00 – 21:00 uur

Locatie: Hogeschool Inholland Rotterdam,  Posthumalaan 90, 3072 AG  Rotterdam.

Panel

Dinsdag 3 december 2019

Moskeeorganisaties en Moslimjongeren in Nederland

“toerustend of belastend”

Aangeboden door ‘Stichting Lezen Leven’

Het programma

18:45-19:00    Inloop
19:00-19:10    Welkomstwoord en toelichting op de bijeenkomst door Cemil Yilmaz
19:10-19:30    Inleiding door mevrouw Jamila Faloun ‘ Identiteitsontwikkeling bij moslimjongeren’
19:30-19:50    Inleiding door Hasan Yar ‘Moskeewerk en moslimjongeren’
19:50-20:10    Inleiding door Rasit Bal ‘Moslimjongeren als een uitdaging van moskeeorganisaties’
20:10-20:30    Pauze
20:30-21:15    Vragen en interactie met de deelnemers
21:15   Sluiting

Datum en locatie: Dinsdag 3 december 2019

Bibliotheektheater

Hoogstraat 110

3011 PV Rotterdam

Aanmelden wordt op prijs gesteld: info@lezenleven.nl

Sprekers

Dr. Hasan Yar (docent en onderzoeker) heeft onderzocht hoe een moskeeorganisatie omgaat met de moslimjongeren om hun sociaal kapitaal te ontwikkelen. Zijn proefschrift gaat over ‘moskeewerk in Amsterdam’. In zijn bijdrage gaat hij een overzicht geven van de uitkomsten van zijn onderzoek, toegespitst op de moslimjongeren in Nederland in relatie tot moskeeën.

Jamila Faloun (jeugdverpleegkundige, mede-oprichter meidenvereniging Al Manaar gelieerd aan Moskee Al Islam, vrijwilliger bij lessen voor jongeren in Haagse Moskee) gaat in op de identiteitsontwikkeling bij jongeren in het algemeen en hoe zij, vanuit haar beroepservaring, de identiteitsontwikkeling bij moslimjongeren zich niet ontwikkelen. Hierbij gaat zij ook in op de vermeende invloed van moskeeën op de vorming en identiteitsontwikkeling van moslimjongeren.

Drs. Rasit Bal (docent en onderzoeker) gaat de praktijk van de moskeeorganisaties centraal stellen en zich nader verdiepen over de uitdagingen van de Nederlandse samenleving voor de moskeeën, in relatie tot de nieuwe generatie moslims.

Context en achtergrond

Toen moslims als arbeidsmigranten naar Nederland kwamen, had hun eerste religieuze behoefte vooral betrekking op het uitvoeren van gebedsdiensten en met name het uitvoeren van het vrijdaggebed en jaarlijkse feesten. Om in deze behoefte te voorzien hebben zij destijds naar geschikte locaties gezocht en deze geopend. Na de gezinshereniging van de jaren ‘80 van met name de Turks- en Marokkaans-Nederlandse moslim ontstond er een nieuwe behoefte; de religieuze vorming van moslimkinderen. De religieuze vorming thuis was ontoereikend en de ouders waren daar te onbekend mee. De meesten waren niet geletterd. Ook hadden zij hier geen tijd voor omdat zij kostwinnaar waren. Die taak is toen toegeschoven naar de moskeeën, die de religieuze vorming van kinderen als taak erbij hebben gekregen.

De meeste van de ruim 450 moskeeën in Nederland doen meer dan het functioneren als gebedshuis. Zij voorzien in de behoefte van moslims om de islam te kunnen praktiseren conform de traditie en socialisering in eigen kring. Daarnaast spelen deze moskeeën een centrale rol bij de overdracht van religieuze kennis en vormen van religieuze identiteitsontwikkeling van toekomstige generaties. Hiervoor organiseren zij moskeeonderwijs dat deels voortkomt uit ervaringen van moslims in de afgelopen eeuwen van de islamitische geschiedenis en deels samenhangt met de migratiegeschiedenis in Nederland.

In die jaren stond ‘zelfbehoud’, ‘bescherming’ en ‘praktiseren’ van de culturele tradities, erediensten en omgangsvormen centraal. De basis van het moskeeonderwijs is in die context gelegd. De opdracht aan de moskee was simpel: zorgen dat de kinderen van de moslimouders de basale aspecten van de islam zich eigen maken en uitvoeren. De kenmerkende onderdelen en onderwerpen waren/zijn: de waarheden van de islam (geloofsleer), religieuze gebedsdiensten en de geboden en verboden voor het dagelijks leven. De instructietaal was Turks, Arabisch of Berbers. De docenten bestonden voornamelijk uit vrijwilligers die, over het algemeen, niet waren geschoold voor dit werk. De lessen waren vaak klassikaal-frontaal en instructief. Van de kinderen werd vooral verwacht dat zij de inhoud en koranonderdelen uit hun hoofd leerden. ‘Herhalend leren’ was dan ook de meeste voorkomende werkvorm.

Vanaf de tweede helft van de jaren ’90, volstaat deze gang van zaken niet en ontstaan langzamerhand spanningen. Deze spanningen hebben onder meer te maken met de komst van steeds meer hoogopgeleide moslims, de opkomst van het integratiedebat, en de kloof die ontstond tussen het dagelijkse leven van de nieuwe generatie moslims en het vertoog van de moskeeën.

Het is eveneens zo dat steeds minder moslims behorende tot de tweede en derde generatie de oorspronkelijke talen (Turks, Arabisch en Oerdoe) machtig zijn,  waardoor zij steeds minder van de islamitische lessen in de moskeeën begrepen.

Hierdoor ontstaat een kloof tussen de nieuwe generatie moslimjongeren en de moskeeën.

Door onderzoekers wordt gesignaleerd dat deze generatie zich onvoldoende kan binden aan de belijden religieuzepraktijk van de gemeenschap. Daarnaast ondervinden zij maatschappelijke obstakels waardoor hun ontwikkeling en emancipatie niet kansrijk verloopt. De hiermee samenhangende problematiek heeft grote impact op de publieke discussie over de islam en moslims in Nederland. Een zeer belangrijke vraag is hoe islam en moskeeorganisaties zich verhouden tot deze problematiek. Steeds vaker wordt naar voren gebracht dat moskeeën een negatieve rol spelen in de ontwikkeling van moslimjongeren en de mate waarin zij wortelschieten in Nederland. Moslimjongeren zouden zich door den door moskeeën uitgedragen theorie en praxis onvoldoende oriënteren op de Nederlandse context.

Wij organiseren een panel/lezing om deze problematiek te verdiepen en te onderzoeken. De centrale vraag is of de moskeeorganisaties in staat zijn om een adequate reactie te ontwikkelen op de uitdagingen van de nieuwe generatie. Daarvoor hebben wij experts gevraagd om hun licht te laten schijnen op deze uitdagingen.

Informatie over ‘lezen en leven’: www.lezenleven.nl

Voor meer informatie: Ergün Madak (06-43820430) en Rasit Bal (06-42596238)